Verhalen

Lola

Lola liep in de bakkerij. Langzaam liep ze vooruit en ging ze af op de rare zoemende geluiden die ze hoorde. Monotone geluiden. Niet heel hard maar ook weer niet erg zachtjes. Het licht was aan maar er was niemand.

Voor haar lag een deegroller op een tafel die ze vervolgens oppakte en paraat hield in haar hand. Schuifelend liep ze door. Toen ze de hoek om was zag ze voor zich  een grote machine staan die op en neer ging.

Lola zuchtte. Dus daar  kwam het geluid vandaan. In een sneller tempo liep ze er naar toe. Het was een soort deegmachine. Om croissantjes mee te maken dacht Lola.Opeens was de deegmachine verdwenen. He! Lola kijkt verschrikt om zich heen. Hoe kan dat nu? Waar is die machine heen? Ze keek naar haar rechterhand. En, waar is mijn deegroller?

Verbaasd zag Lola dat ze een mixer vasthield. Geschrokken keek ze om zich heen en zag dat ze bij de deur van een grote vriezer stond. Hoezo kan ik mijzelf niet meer herinneren dat ik een mixer heb gepakt en hier naar toe gelopen ben?

Wat moest ik hier dan ook al weer doen? Ze kon het zich niet herinneren.

Langzaam opende ze de deur van de vriezer en het licht binnenin sprong automatisch aan. Even stond ze stil maar kon zich niet bedenken wat ze nu moest doen in de vriezer. Ik zal vast wel iets moeten pakken wat te maken heeft met mijn mixer. Eieren ofzo, dacht Lola en ze liep de vriezer in opzoek naar dat gene wat ze dacht misschien te moeten hebben.

Brrr het was verdomd koud hier. Ze keek tussen de schappen naar wat ze dan moest hebben toen ze opeens een doffe knal hoorde en een windvlaag ging door haar blonde haar. Met een ruk draaide ze zich om en zag dat de deur van de vriezer dicht was gevallen.

Snel liep ze terug naar de deur om hem open te doen. Gelukkig hebben die deuren aan de binnenkant een nood knop dacht ze.

Ze drukte de hendel in en duwde tegen de deur maar er gebeurde niks. De deur ging niet open. Lola drukte nog een keer en duwde weer tegen de deur, maar nu wat harder. Per slot van rekening werd het er niet warmer op. Maar de deur bewoog nog geen millimeter. In paniek begon Lola op de hendel te duwen en vervolgens op de deur te bonken. ‘HELP !!!!! Is daar iemand? Laat me er uit!’

Haar handen begonnen pijn te doen van de kou maar Lola ging harder op de deur bonken en schreeuwde de longen uit haar lijf. Mijn god dacht ze, wie zit hier die deur dicht te houden?   Ze keek om zich heen op zoek naar een andere uitweg maar deze was er niet. Toen viel haar oog op de thermometer: -7 graden.!

Op dat moment raakte Lola compleet in paniek, aangezien ze zich besefte dat ze het met deze temperatuur niet lang zou uithouden. Gillend beukte ze tegen de deur aan, telkens weer opnieuw maar het mocht niet baten. Wat ze ook deed, hij ging niet open…

Jammerend zakte ze op de grond. Lola probeerde haar vingers warm te wrijven terwijl ze steeds harder begon te rillen van de kou. Het was van die ijzige kou die overal doorheen sneed. Lola was altijd al doodsbang voor kleine ruimtes en nu sloeg  bij haar complete paniek toe.

Nee!  zei ze tegen zichzelf. Waar slaat dit op? Niet nu al opgeven! Er komt zo meteen vast iemand en die haalt je er uit, maar dan moet hij of zij mij wel horen. Ze probeerde haar ademhaling onder controle te krijgen en begon zonder al te veel kracht op de deur te bonken. Terwijl ze dit deed, bekroop haar de gedachte dat dit toch echt niet de manier voor haar zou zijn om dood te gaan, niet nu en zeker niet hier.

Lola bonkte harder en harder en schreeuwde zo hard als ze kon. Na een paar minuten had ze bijna geen stem meer over en begon ze te geloven dat ze helemaal alleen in het pand was. Er kwam niemand om haar te redden. Lola had geen kracht meer. Het was te koud. Het bonken en schreeuwen was afgezakt naar zachtjes op de deur kloppen en gesnik met een halve ’help’ er in. Op nieuw zakte Lola langs de deur naar de grond, alleen nu wetende dat als er binnen extreem korte tijd niemand de deur open kwam doen, zij niet meer van deze grond af zou komen.

De kou zorgde voor een vertraging van alles. Haar handen bewogen langzaam, haar gedachten waren versuft. Haar tranen waren op. Ze was zo moe en wilde zo graag slapen.. nee! Ze mocht niet in slaap vallen. Dan was het echt over. Maar wat was ze moe. Haar krachten waren op. Haar ogen vielen dicht… en gingen weer open.. en toen voor de laatste keer dicht…

Met een ruk vloog Lola overeind. Haar armen over elkaar heen om zich te beschermen tegen de kou. Maar er was alleen helemaal geen kou. Ze keek om zich heen.. waar was ze? Lola ontdekte door haar wazige blik heen haar eigen slaapkamer. De klok gaf 8:25 aan. Ze had gedroomd. Ze had gedroomd! Ze ging helemaal niet dood!! Wat een verschrikkelijk nare droom was dit geweest bedacht ze zich. Jeetje, hier moest ze heel even van bijkomen. Ze bleef een tijdje recht op in bed zitten en haar hartslag daalde weer tot het normale.

Ze had al tijdje  last van dit soort nachtmerries en was niet helemaal zichzelf. Op sommige momenten  was ze wazig en het leek net of ze er niet bij was met haar gedachte, of ze soms hele stukken miste. Opeens bedacht ze zich dat dit al een paar maanden zo was sinds die enge kerel zich aan haar had vergrepen buiten in een steegje tijdens een feestje. Gelukkig kwamen er op tijd mensen langs lopen die zagen wat er gebeurde en haar konden bedrijven. Ze was in een shock beland. Helaas was die kerel ontsnapt. Ze dwong zichzelf er niet meer aan te denken!

Ze stapte het bed uit en deed haar ochtendjas aan. Brrr door die nachtmerrie liepen de koude rillingen nog steeds over haar rug. Misschien zo even een hete douche nemen dacht Lola.  Oh ja het was zondag vandaag. Compleet zonder tijdsbesef liep ze haar kamer uit en de trap af naar beneden. Wat was het stil in huis. terwijl ze naar beneden liep besefte ze dat haar ouders vandaag een dagje naar Antwerpen zouden en gaan en dat zij op Gijs zou passen.

Gijs was haar jongere broertje. Hij was 10 jaar en lief ventje. Vreemd dat hij haar nog niet wakker gemaakt had. Meestal doet hij dat wel als ze alleen thuis waren. Dat vond hij gezellig. Toen Lola beneden kwam, was het ook hier doodstil. ‘’Gijs?’ Riep ze ‘’Gijs?’

Ze snapte er niks van.  Toen ze in de keuken kwam vond ze een briefje met haar moeders handschrift er op: Lieverds, tot vanavond! Er staan lekkere hapjes in de koelkast en ga iets leuks doen samen. Wij trakteren! Liefs Pap en mam.

Maar waar is Gijs dan, dacht Lola. Ze liep naar de televisie maar daar zat hij ook niet. Vervolgens ging ze terug naar boven, en liep ze naar zijn slaapkamer. Hij zit vast met zijn auto’s te spelen of iets dergelijks dacht ze. Maar ook daar geen Gijs. Nu raakte Lola toch wel een klein beetje in paniek. Ze rende terug naar beneden en keek of de achterdeur open was. Deze zat op slot. Lola keek door het raam of ze Gijs in de tuin zag maar ook dat was niet het geval.

Ook de voordeur zat dicht. Niet op slot maar wel dicht. ’GIJSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS!!’ De paniek in haar stem was nu heel duidelijk merkbaar.  In godsnaam wat moet ik nu doen dacht Lola.

In ieder geval niet in paniek raken dacht ze. Er moet een logische verklaring zijn. Ze pakte de telefoon en belde naar haar moeders gsm. Wie weet is Gijs op het laatste moment met hun meegegaan en heeft mama haar briefje niet aangepast. Toen de telefoon over ging haalde Lola een paar keer diep adem.

‘Hoi lieverd’. ’Hoi mam’ zei Lola zo normaal mogelijk. Zijn jullie al in Antwerpen. ‘Bijna. Je vader had de verkeerde afslag genomen omdat hij precies op dat moment een niesbui kreeg en daardoor precies verkeerd reed’ grinnikte haar moeder. Op de achtergrond hoorde ze haar vader zeggen ‘die verdomde hooikoorts ook’. ‘Ach Jan, het scheelt maar vijf minuutjes, we zijn er bijna. Hoe is het bij jullie? Zijn jij en Gijs al aangekleed?’

Ok dacht Lola, Gijs is dus niet bij hun. ‘Ja, ik moet nog heel even in de badkamer zijn en dan gaan we ontbijten’  ‘Oh prima’. ‘Heb je mijn briefje gelezen?’  ’Ja, komt goed. Wij gaan wat leuks doen, jullie ook veel plezier en tot vanavond.’ ‘We zijn rond zes uur terug en nemen meteen wat te eten mee’. ’Ok tot vanavond en liefs aan papa’.

Toen hing ze de telefoon op. In godsnaam waar kan Gijs nou toch zijn dacht ze? Terwijl ze nog met de telefoon in haar hand door de keuken naar de woonkamer loopt, valt Lola’s oog op de eettafel. In het midden van de tafel ligt een briefje. Het was niet geel, zoals die van haar moeder, maar groen. Verbaasd loopt Lola naar de tafel en pakt het briefje.

Elk haartje op haar lichaam gaat recht overeind staan als ze leest: Lekker geslapen na die kou? Vervelend he, als je opgesloten zit in kleine ruimtes en daar niet goed tegen kan…  Dit was een waarschuwing. Ik heb de vriezer toch maar omgeruild voor je bed. We gaan een spelletje spelen. Gijs zal het fijn vinden als je goed je best doet…

Daniel

 

Lola staart naar het briefje. Wat is dit voor een ziek grapje wat er met haar gespeelt wordt? En wie is Daniel? Ze keek om zich heen of ze iets of iemand zag maar dat was niet het geval.Langzaam laat ze zich op een stoel zakken. Is dit echt? Dit slaat helemaal nergens op. Hoezo zou iemand Gijs hebben?

Waar is hij dan vraagt ze zich af. Wat moet ik nu doen?  Gaat iemand dit geloven? Het is ook best een belachelijk verhaal. Even komt het in haar op Manon te bellen, haar beste vriendin. Snel wuift ze die gedachten weer weg. Nee ze moet Gijs zelf zien te vinden. Ze sluit haar ogen even. Wat een ellende. Ze voelt zich vermoeid.

Eerst die nachtmerrie en nu dit. Even glijden haar gedachten weg.  Opeens gaat de bel. Lola stuift op en beseft dat ze even heeft zitten suffen maar voor hoelang?  Hèhè daar komt iemand Gijs thuis brengen. Ze rent naar de voordeur en doet deze met een ruk open maar er staat niemand. Dan valt haar blik op de grond. Bij de ingang van de deur ligt een steen met een briefje er omheen. Ze kijkt rond of ze iemand ziet lopen maar opnieuw is er helemaal niemand. Ze pakt de steen op en haalt  het briefje er van af.

Lola toch, ik had verwacht dat je mijn vorige bericht wel wat serieuzer zou hebben opgepakt na wat we vannacht samen hebben meegemaakt. Je neemt mij niet erg serieus…

Daar waar de meeuwen rond vliegen
Lopen mannen en vrouwen.
De ster is waar je naar zoekt.
Ga zitten en blijf bij de ster.
Anders vindt je Gijs niet terug.

Daniel

Het was hetzelfde handschrift als op het eerste briefje. Mannelijk maar wel met wat vrouwelijke trekjes.Lola trilde over haar hele lichaam. Ze pakt de telefoon en toetst met bevende vingers  een mobiel nummer in.‘Hoi, met Manon ’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. ‘Manon, er is iets goed  mis’. ’Lola Wat is er aan de hand?’

‘Gijs is weg’. ‘Wat bedoel je, Gijs is weg?’  ‘Nou precies wat ik zeg; Gijs is weg! Ik kom vanochtend uit bed en Gijs is weg. Papa en mama zijn een dagje op pad en er ligt hier een freaky briefje op tafel van ene Daniel.’ ‘Daniel? Wie is dat dan?’ ‘ Ja geen idee, nog nooit van gehoord’. ‘Ok. Lees eens voor dan?’  Lola leest beide briefjes voor. Het blijft even stil aan de andere kant van de telefoon. ‘Dit is wel heel raar. Ik kom nu naar je toe’’ en meteen verbreekt Manon de verbinding.

Manon bekijkt de twee briefjes aandachtig. ‘Dit is echt een gestoorde grap die iemand  probeert uit te halen, Lola’. ‘Ja ik weet het’.  Lola’s stem klinkt terneergeslagen. ‘Misschien moeten we de politie bellen’? ‘En dan, uitgelachen worden vanwege een stomme grap? Die nemen dit toch nooit serieus?  ‘Wat wordt er in hemelsnaam bedoelt met: Daar waar de meeuwen rond vliegen, lopen mannen en vrouwen en;  blijf bij de ster’?

‘Meeuwen komen in de stad voor’ oppert Manon. ‘maar ook op het strand zegt Lola. Als je aan meeuwen denkt, denk je aan strand.’‘Klopt’.

‘Bel nu eerst maar eens de politie.’ Lola kijkt haar vriendin onzeker aan. ‘Je verliest er niks mee Lola’.Knikkend stemt Lola in en pakt de telefoon en toetst het nummer van de politie in. ‘Politie centrale waarmee kan ik u van dienst zijn’ hoort Lola aan de andere kant van de telefoon.

Zo goed als mogelijk probeert Lola aan de agent uit te leggen wat er gebeurd is.Met een rood hoofd hangt ze op. ‘Wat zeiden ze?’. ‘Ja precies wat ik al dacht, dit nemen ze niet serieus en de vermissing van Gijs wordt pas serieus als hij 24 uur vermist wordt. Of ik dan even terug wil bellen. Zijn ze nou helemaal gestoord’ briest Lola. Haar handen trillen op tafel van woede. ‘Jeetje, nou daar hoeven we voorlopig dus ook geen steun van te verwachten’ zegt Manon hardop.

Lola kijkt haar vriendin aan. ‘ Als ze ons niet helpen, doen we het zelf wel!’ De strijd is op haar gezicht af te lezen. ‘NIEMAND KOMT AAN MIJN BROERTJE!’ schreeuwt ze uit.

Lola en Manon lopen op het strand  en kijken om zich heen. Nergens zien ze ergens iets wat op een ster lijkt. ‘Lola, dit schiet niet op’. ‘ Laten we gewoon naar de politie gaan.’ ‘Nee! ‘ Roept Lola fel. ‘ Je hoorde toch dat ze dit totaal niet serieus namen. Wat als er nu iets met Gijs gebeurt?’ Haar stem brak. ‘We zoeken door!’ Zei ze op bittere toon.

Opeens wijst Manon naar rechts. ‘DAAR!’ Lola kijkt. Manon wijst een stukje vooruit. Bij het eerst volgende strandtentje zit, onderin aan de voorkant een plank met een ster erop.Ze zetten het beide op een rennen. Als ze voor de strandtent staan leest Lola hardop:  Namno Beach. ‘Wat stond er ook al weer op het briefje?’ Hijgde Manon achter haar. ‘Ja, ga zitten bij de ster.’

‘Ok, daar staan wat tafeltjes en stoelen, laten we daar dan maar even gaan zitten’. Manon wees naar het verhoogde terras dat boven de muur met de ster erop liep.

Ze liepen naar het dichtstbijzijnde tafeltje en gingen zitten. Er viel een lange stilte. Geen van beiden had iets te zeggen. Zou er nu iets gaan gebeuren? Zaten ze hier voor niets? Lola keek onzeker voor zich uit. Haar gedachten waren bij Gijs. Die lieve toch soms nog wat kleine Gijs. Waar zou hij toch zijn? Zwijgend zaten ze voor zich uit te staren. Te wachten op wat komen ging.

Na een tijdje stond Lola op. ‘Kom, we gaan terug naar huis.  Dit heeft geen zin . We worden in de maling genomen.’ ‘laten we nog heel even blijven wachten Lola.  Het stond niet voor niks op het briefje.’ Lola knikte instemmend en ging weer zitten.

Na een minuut of vijf kwam er een ober naar hun tafeltje. Hij keek beide dames aan. Eerst naar Manon en toen naar Lola. Zijn gezicht werd bleek. ‘ Wij willen niks bestellen’ zei Lola koel. Toch bleef de ober staan en keek opnieuw  naar Lola. ‘Wat sta je hier nou te staan?’ Siste Lola. ‘waren we niet duidelijk?’ De ober tilde zijn arm op en stak deze uit naar Lola. Hij trilde. Hij gaf haar een briefje. Zodra Lola dit verbaasd aannam, draaide hij om en liep hij met ferme pas weg.

Manon keek gespannen naar haar vriendin. ‘Lees voor, wat staat er op?’ Lola begon met lezen. Haar stem trilde.

Goed gedaan Lola, je geeft om je broertje.
Bestel maar iets dan zie je hoe het met Gijs gaat.

Daniel

Lola zat voor zich uit te staren en hoorde niet dat Manon aan haar vroeg wat ze wilde drinken.Manon bestelde maar snel twee cola en maakte daarna met haar telefoon een foto van het briefje.Na een paar minuten kwam een de ober met een dienblad aanlopen. Alleen stonden hier geen glazen cola op. Hij overhandigde Lola een telefoon en liep meteen weer weg. ‘Het moet hier niet gekker worden’ zei Lola.

Manon kwam naast haar zitten. Lola voelde haar hete adem in haar nek.‘Wat moet ik hier nu mee doen?’ ‘Kijken of er een sms of video opstaat denk ik’Lola scrolde door het menu heen. Geen sms. Bij video stond een rood blokje. ‘klik er op’ fluisterde Manon ongeduldig.Lola klikte op de app en het scherm werd gevuld met een zwart beeld.

Op de video hoorde ze iemand roepen. Onmiddellijk herkende Lola de hulpeloze, angstige stem van Gijs. ‘Help!!! Is daar iemand? Asjeblieft help me! Wat ik ook gedaan heb, ik zal het nooit meer doen. Ik beloof het. Waarom doe je me dit aan? Help!!!!’

Verschrikt kijkt Lola naar de telefoon. Haar gezicht is spierwit geworden. Er rolt een traan over haar wang. ‘Gijs’ mompelt ze. Manon pakt haar arm vast. ‘Het komt goed, we gaan hiermee naar de politie. Stuur het filmpje door naar jou en naar mij.’ Met trillende handen stuurt Lola het filmpje door.

Opeens verschijnt er een rood scherm op de telefoon. Lola geeft een gilletje van schik.In witte letters verscheen de tekst:

Daar waar jij zelf de fout bent in bent gegaan dit jaar, waar jij  je zwakte toonde en  je niet kon inhouden,  precies die locatie vond ik wel een toepasselijke plek voor een volgende aanwijzing in ons spelletje. Vind je het nog leuk, Lola? Ik wel hoor. Maar schiet op, anders heeft Gijs voor niks geleden en heb jij voor altijd spijt.

Daniel

Ik ga papa en mama bellen zegt Lola met trillende stem. Gehaast lprobeert Lola uit te leggen wat er aan de hand is. ‘Ga naar huis en bel de politie zegt moeder met een paniekerige stem. Wij draaien om en komen naar huis. Ga niet alleen op zoek Lola.’ ‘Mam Er is geen tijd te verliezen, Gijs moet zo snel mogelijk worden gevonden! ‘Laat het door de politie gedaan worden Lola, ik wil niet dat jou ook iets overkomt!’ zegt moeder feller dan bedoeld is.  ‘Beloof me dat je thuis blijft.’ ‘Ok mam.’

‘Geef nu Manon even aan de telefoon.’ Lola geeft de telefoon door aan Manon. ‘Geen enkel probleem ik blijf bij Lola en we zullen samen wachten tot jullie thuis zijn en de politie er is.’Manon hangt op en kijkt Manon aan.  ‘We gaan zeker niet naar huis he? ‘ ‘Nee dat ben ik inderdaad niet van plan’ geeft Lola toe.

Gijs had het opgegeven. Zijn stem deed pijn van het schreeuwen.  In elkaar gedoken zat hij in een hoekje met zijn armen over zijn hoofd.Opeens ging de deur met een zwaai open. Gijs keek op. Het licht was zo vel dat hij zijn ogen tot hele kleine spleetjes moest knijpen.

In de deuropening stond een gestalte die zijn richting op keek en bleef een tijdje naar hem kijken.  Zijn hart zat in zijn keel. Opeens kwam het gestalte zijn richting op gelopen. Gijs probeerde verder in de hoek te duiken. Een arm pakte hem vast en trok hem omhoog. ‘Nee, asjeblieft! Ik zal braaf zijn. Ik doe alles wat je zegt. Laat me gaan!!’  Huilde hij. Aan zijn arm werd Gijs meegesleurd de kamer uit en de gang in. Het felle licht deed pijn aan zijn ogen. Bij zijn arm ontstond ondertussen en branderige pijn omdat er zo hard in geknepen werd. ‘Waar breng je mij naar toe? Zeg nou eens iets?’ Huilde Gijs.  Er werd niks gezegd, er werd niet gekeken. Er werd alleen maar doorgelopen.

De gang eindigde bij een trappenhuis. Hier gingen ze naar beneden. Hun voetstappen klonken hol in de verder lege ruimte.

Gijs wist niet meer hoeveel trappen ze waren afgegaan.  Opeens gingen ze door een deur aan de rechterkant. Weer een lange gang. Zachtjes, heel zachtjes hoorde Gijs muziek.  Eenduidige, lage tonen zorgde ervoor dat Gijs er kippenvel van kreeg.  Op het einde van de gang gingen ze rechts een deur in naar een nieuwe trap. Opnieuw gingen ze naar beneden. Daarna  liepen  ze recht op een boekenkast af.

Het gestalte duwde deze aan de kant. Gijs keek vol  verbazing  naar het zwarte gat wat daar ontstond. Op het moment dat hij weer werd vastgepakt begon hij tegen te stribbelen. De greep op zijn arm werd daardoor alleen maar sterker en pijnlijker. ‘NEE’ Riep Gijs. ‘Ik ga daar niet in. Asjeblieft niet!’  Met een sleur aan zijn arm werd Gijs mee de donkere ruimte ingetrokken. De tunnel kwam uit in een grote lege hoge ruimte.

Aan  de andere kant van de ruimte stond een gek ding. Een soort grote stok met iets er aan. Ook lag er een matje op de vloer. Naast het matje stond een apparaat. Toen ze dichter bijkwamen snapte Gijs er helemaal niks meer van. ‘Ga liggen.’ Zij de stem.  Gijs  begon weer tegen te stribbelen maar werd hardhandig op de grond geduwd.  ‘Hier stopt het voor jou Gijs.’ ‘Wat bedoel je? Mag ik naar huis?’ ‘Je zus zal moeten boeten voor haar daden. Dit zal gebeuren via jou. Jammer voor jou maar het kan niet anders. Er moet een voorbeeld worden gesteld. Misschien dat zij het nu serieus zal nemen en haar leven zal veranderen.

‘Er werd een spuit voor Gijs gehouden. ‘Hiervan zal je wazig worden.

Vervolgens krijg je een serum wat er voor gaat zorgen dat je spieren langzaam een voor een worden afgebroken. Iedereen zal onmacht voelen en die onmacht, van niks kunnen doen om dit te stoppen, te laat gaan zijn, pas dan komt het besef om in de toekomst beter te gaan leven, rein zijn met jezelf.’ ‘Rein? Wat is Rein?’ ‘Jij zal het voorbeeld zijn Gijs. Dat is jouw taak in dit leven. Je zult hier in een volgend leven goed voor worden beloond, dat weet ik zeker. Helaas zal dit leven nu voor jou ophouden.’

‘Maar ik wil spelen met mijn vriendjes. Bij mijn familie zijn. Naar school gaan, ja zelfs huiswerk maken.’ Huilde Gijs.

Gijs was moe. Te moe om nog te vechten. Hij had het koud en veel dorst. Hij had al zeker uren niks gedronken. Sniffend werd hij op het matje gelegd en vast gemaakt met handboeien die vast zaten in het matje.  Opeens voelde hij de naald in zijn arm prikken. Het was een korte hevige prik. Binnen een aantal secondes voelde hij zich wazig worden en werd de wereld om hem heen donker…

Lola kijkt  een  tijdje naar het scherm van de telefoon waar het filmpje op te zien was. De tekst was inmiddels verdwenen. Opeens springt ze op. ‘Met een terneergeslagen stem zegt ze: kom, ik weet waar we naar toe moeten.’Lola rent het terras af en het strand op, richting de fietsen. Manon rent er achteraan. Af en toe verliezen ze bijna hun evenwicht door het mulle zand.

Na een tijd voelt Lola de verzuring in haar benen maar besteed er geen aandacht aan.Eenmaal aangekomen bij hun fietsen, springen ze er op. Lola gaat voorop, Manon er achteraan.

‘Waar gaan we heen Lola?’ Roept Manon. Maar Lola antwoord niet. Ze is als een bezetene aan het trappen.

Vanuit de duinen rijden ze over het lange pad richting het centrum. Daar aangekomen steken ze het plein over en gaan ze rechtsaf. Op het einde van de weg loopt een paadje. Ze gaan door het paadje wat uitkomt op een heel klein pleintje iet wat achteraf.  Om het pleintje zit eigenlijk niks, alleen een betonnen muur.  Bij dat pleintje zit een straatje die op wat kroegen uitkomt. Als ze over het kleine pleintje rijden ziet Lola opeens iets op de muur. Ze gaat vol in de rem, waardoor Manon bijna achterop knalt.

Ze kijken naar de muur waar met rode graffiti letters op staat: LOLA, HET IS JE EIGEN SCHULD! Vol afgrijzen kijken Lola en Manon naar de muur. De rillingen lopen over hun rug.

De zon begon weer een klein beetje te schijnen. Dunne zonnestalen gleden door het wolkendek.Opeens zag Manon vanuit haar ooghoek iets glinsteren. Ze liep er naar toe. Aan de rechterkant van de tekst lag er, beneden op de grond tussen de wortels van een grote hoge eik en een steen iets op de grond. Ze pakte het van de grond op. ‘ Het is een foto’ riep ze gespannen. ‘Lola, kom eens kijken.’

Lola kwam dichterbij. Een frons verscheen op haar gezicht. Ze pakte de foto vast en keek er een tijdje naar. Op de foto stond een weiland, met een aantal bomen aan de rechterbovenkant. Links onderin is nog net in het hoekje een stukje bruin te zien. Toen draaide ze hem om. Op de achterkant stond iets geschreven met pen. Weer in hetzelfde handschrift als de briefjes die ze thuis gevonden had:

Hier vindt je Gijs.  Voor hem is het sneu als je er te lang over doet, Lola. Hij is nog zo jong. Hij zal moeten boeten voor wat jij gedaan hebt en hoe jij in het leven staat.

Daniel

Op dat moment gaat Manon haar telefoon. ‘Met Manon.  Oh hoi Joke.  De buurvrouw, fluistert ze. Manon luistert en wordt wit.  Dat meen je? Hoe is het met haar? Ok ik kom er nu meteen aan!’ Ze hangt op. ‘Dat was de buurvrouw. Mama is gevallen. Ik moet naar huis! ‘Ja natuurlijk. Is ze ok?’ ja volgens de buurvrouw wel.  Ik rij gauw naar huis en bel met de politie als ik thuis ben.  Snel maakte Manon foto’s met haar telefoon van de muur, de foto en de tekst. ‘ Zodra ik thuis weg kan bel ik je waar je bent. Het komt goed, we zullen Gijs vinden!’  ‘ Doe voorzichtig zegt Lola als Manon op de fiets springt.’

Manon sprint weg en als ze de hoek om is staart Lola opnieuw naar de foto. Iets in haar zegt dat de locatie bij haar  bekent is. Maar waar? Ze gaat op de steen naast de boom zitten en probeert na te denken. Waar heeft ze dit nu al vaker gezien? Lola staat op en loopt heen en weer. De tijd dringt. Wat als Gijs al iets is aangedaan? Hoe zou het nu met hem zijn? Zou hij pijn hebben? Bang zijn? Radeloos? Vast wel.

Tranen rollen over Lola’s gezicht. Kom Lola, sterk blijven nu! Vastberaden loopt Lola terug naar de muur. Al lopend kijkt ze naar de foto.  Wat zou dat bruine onderin zijn? Er zat ook een heel klein stukje wit aan.  Het lijkt wel een stuk van een muur of zoiets. Alsof deze foto gemaakt is vanuit een raam met nog een heel klein stukje kozijn. Opeens blijft ze, in het midden van het pad staan.  Het ziekenhuis! Ja verdomd!  Dat is de plek! Of niet? Lola twijfelt. Dan rent ze naar haar fiets en springt erop en begint als een bezetene te trappen en rijd het pad af, de hoek om.

Zo snel ze kan  fietst  Lola door de straten. Bochten worden afgesneden en bij kruispunten let ze niet goed op totdat er een auto vol in de remmen moet en heel hard op de toeter hangt. ‘ Kijk toch uit!’ roept de boze man in de auto haar na.  Lola gaat iets langzamer fietsen, steekt het plein over en gaat bij de bakker naar links de woonwijk in.

Thuis aangekomen wordt de fiets voor de deur gesmeten. Dan bedenkt Lola dat haar sleutels nog op haar fiets zitten. Snel grist ze deze er vanaf en rent terug naar de voordeur.

Ze stormt naar binnen en vliegt met twee treden tegelijk de trap op.In haar kamer staat ze stil. Ok. Waar heb ik die foto’s ook al weer gelaten denkt ze.  Lola duikt onder haar bed en haalt een doos tevoorschijn en begint te zoeken. Wild gooit ze alle foto’s die het niet zijn om zich heen en al snel is ligt de vloer bezaait met foto’s. Lola pakt nog een doos. En nog een. Opeens heeft ze dezelfde foto in haar hand. Ja dit is hem! Ze bladert door het stapeltje en ziet allemaal foto’s van het ziekenhuis.  Dit is de plek!

Met trillende vingers pakt ze haar telefoon en ziet dat ze ongeveer 15 gemiste oproepen van haar ouders heeft en een redelijk aantal berichtjes. Gehaast drukt ze het nummer van haar ouders in.

De telefoon gaat over. Hij wordt opgenomen. Nog voordat er vanuit de andere kant van de lijn iets gezegd werd schreeuwt Lola meteen: ‘PAP IK WEET WAAR GIJS IS!! in de oude haven bij het vroegere Gasthuis ziekenhuis!! Ik ga er nu heen! Bel de politie!’ Lola,  we moeten met je praten en.. maar  Lola heeft de verbinding al verbroken.  Ze rent de trap af, grist haar sleutels van tafel en stormt naar buiten. Er was geen tijd te verliezen. Gijs was in gevaar. Groot gevaar! Onderweg belt ze Manon. ‘Manon, komt meteen naar het Gasthuis ziekenhuis in de oude haven. Daar is Gijs. Hij is in gevaar en er is geen tijd te verliezen.’

Lola rijd zo hard als ze kan, sjeest door de kleine straten en door het rode licht auto’s toeterde maar Lola reageert niet. Haar ogen tranen door de wind.

Bij het water aangekomen gaat ze naar rechts. Aan het lange pad, leek geen einde te komen. Als ik nou nog maar op tijd kom, denkt Lola. Op het einde van het pad gaat ze nogmaals naar rechts en ziet meteen het Gasthuis ziekenhuis liggen. Bij de ingang aangekomen, gaat ze vol in de rem, gooit haar fiets aan de kant en rent naar de deur. Het pand ziet er verlaten uit maar de voordeur is niet op slot. Met veel moeite krijgt Lola de zware deur open. ‘GIJS!!!’ Roept ze. ‘GIJS!!’